De contextuele benadering

 

CONTEXTUELE BENADERING IN PASTORAAT.

De contextuele benadering wordt in de hulpverlening steeds meer gebruikt. Het gaat hierbij om verbinding. Contextueel pastoraat maakt gebruik van inzichten, die getoetst worden aan de Bijbel en worden ondersteund door de Heilige Geest.

De relationele werkelijkheid van de mens bestaat uit 4 dimensies om, hetgeen we over hem weten, te kunnen ordenen.

1. De dimensie van de feiten: Erfelijkheid, lichamelijke eigenschappen, gebeurtenissen zoals adoptie, werkeloosheid, echtscheiding, ziekte, geslacht etc. Feiten uit het leven van ouders hebben gevolgen voor kinderen.

2. De dimensie van de psychologie: Wat zijn de invloeden geweest voor de persoonlijke ontwikkeling? Welke behoeften, gevoelens, motivaties heeft de persoon? Hoe ervaart hij zichzelf en anderen? In Exodus 34:7 kun je lezen dat God zonden van ouders bezoekt aan kinderen en kleinkinderen tot in het 3e en 4e geslacht. Dit betekent niet dat het nageslacht gestraft wordt voor zonden van het voorgeslacht, maar wel dat men lijdt onder die zonden en dat dit het gedrag negatief beïnvloedt. In Ezechiël 18 zegt God dat iedereen uiteindelijk ergens zelf verantwoordelijk is voor zijn gedrag. Het is nodig dat de mens inziet welk zondig gedrag hij vertoont. Om dat in te zien heeft hij hulp nodig. Zo zijn we, tot op zekere hoogte, medeverantwoordelijk als we zondig gedrag tolereren i.p.v. iemand er mee te confronteren op een goede manier.

3. De dimensie van de interacties: Communicatie- en gedragspatronen zijn van invloed. Deze dimensie is vooral uitgewerkt door het systeemdenken. Er zijn in het netwerk van de mens patronen, die gestuurd worden door systeemkrachten vanuit gezinsstructuren, systeemregels en feedback- en zondebokmechanismen. Dit heeft te maken met coalities, machtsstructuren etc. Bij het systeemdenken gaat het om wisselwerking tussen personen en het verband waarin iets gebeurt. Je bewust worden van aangeleerde systemen in communicatie kan nodig zijn om in evenwicht te blijven/komen en om jezelf niet te verliezen of jezelf te vinden.                          

                                      

 

4. De dimensie van de relationele ethiek: De 4e dimensie is verweven met de eerste 3. In de 2e en 3e dimensie is ethiek besloten. Door die te bestuderen kun je anderen beter begrijpen. Mechanismen in deze dimensies kunnen veranderd worden. Je doet b.v. de ander te kort als je jezelf projecteert op hem. Als je dit inziet wil je dat om ethische redenen niet meer. Bij relationele ethiek gaat het om rechtvaardigheid van de relatie en b.v. de balans van geven en nemen en krijgt ethiek meer plaats. Een relatie is rechtvaardig als er evenwicht is tussen rechten en plichten. Het gaat hier niet om rechtspraak in de samenleving. De mens is aanspreekbaar voor de belangen van de ander en niet alleen gericht op eigen behoeftes. Wat in de ene generatie uit balans is geraakt kan men in de volgende weer in evenwicht willen brengen.  Dit kan lukken, maar ook tot het zich herhalen van destructieve patronen leiden. De hulpverlener, die werkt vanuit dit intergenerationele denkkader, wil (zo mogelijk) zorgdragen voor de hulpvrager en voor iedereen die met hem verbonden is/was en zich dus verdiepen in de geschiedenis van de relaties. De relationeel-ethische grondhouding hierbij is de veelzijdige partijdigheid.

Hoe erg iemand ook gekwetst kan zijn toch heeft hij positieve steunpunten in zichzelf en door die te laten activeren door God kan het destructief handelen omgebogen worden naar op een constructieve manier het recht benadrukken. Dit komt voort uit het verlangen om tot herstel te komen van een relatie, die niet volmaakt zal zijn, maar goed genoeg. Het onrecht moet eerst benoemd worden (daar kan de pastoraal werker bij helpen, die hierbij de Bijbel als leidraad hanteert). Pas als gevoelens (b.v. kwaadheid) een plaats hebben gekregen kunnen gevoelens over vergeving een kans krijgen. Over vergeving moeten we niet licht denken. Het is geen kwestie van inzichten krijgen en dan vlug vergeven. Als we dit te vlug doen komen we niet vrij van knellende banden van het kwaad dat is aangedaan. De boosheid moet geuit en verwerkt worden. We moeten ook inzicht krijgen in onze eigen verkeerde reakties en de effecten daarvan. We kunnen beginnen met vergevingsgezind worden. In de bijbel staat dat God het willen en kunnen bewerkt. Als je vergevingsgezind bent dan heeft God het willen bewerkt en Hij zal het ook uitwerken. Als je dat gelooft valt er een last van je af.

 

NAGY, GRONDLEGGER.                     

De grondlegger van de contextuele therapie was de psychiater Nagy (uit spraak: Nodge). De filosoof Martin Buber had grote invloed op Nagy. Bubers grote omtdekking was hoe men in het Jodendom de overtuiging heeft dat elk mens actief kan bijdragen aan rechtvaardige verhoudingen. Basaal in zijn filosofie is dat de mens pas echt tot mens wordt als hij in relatie treedt met de ander; dus als hij een werkelijke dialoog aangaat. Nagy gaat hierin nog verder door de relatie te zien tussen de elkaar opvolgende generaties. Door zorg te dragen voor de ander, met name ouders en kinderen èn de dialoog aan te gaan, wordt de mens vrij en ontvangt hij ook zelf. Juist door rekening te houden met de belangen van de ander kan men eigen belangen beter zien en in een conflict verdedigen. Contextueel pastoraat sluit zo goed aan bij Bijbelse principes omdat het Oude zowel als het Nieuwe Testament  door Joodse mensen zijn geschreven.

Door de belangen van de ander in het oog te houden kun je vertrouwen verdienen en dit geeft weer aanspraak op erkenning van de ander. Dit in combinatie met de werkelijke dialoog. Dit in tegenstelling tot de filosofie van Sartre, die zegt dat de mens existentiëel alleen staat en vaak verwikkeld is in machtsstrijd.

Om persoonlijke te groeien, vrij te worden van b.v. psychosomatische klachten en/of verbetering van kwaliteit van leven te krijgen etc., kan het nodig zijn je af te grenzen van andere personen in een systeem. Als er breuken zijn ontstaan in familierelaties acht Nagy het, zo mogelijk, van het grootste belang de dialoog op gang te brengen op de juiste tijd. Dan zal het soms nodig zijn te confronteren. Dit maakt de verhoudingen menselijk. Confrontatie op de goede manier is gevend/helpend.

 

LOYALITEIT.

Een belangrijk begrip in de contextuele hulpverlening is loyaliteit. Dit is een zijnsgegeven dat God heeft gelegd in de mens. Een feit is dat de existentiële band van wederzijdse rechten en verplichtingen, en van verdiensten en schulden, tussen ouders en kinderen onverbreekbaar is. Men kan deze band als positief of negatief ervaren. Ondanks dat sommigen moeten breken met een systeem, en dit kan tijdelijk zijn, is zo'n band onverbreekbaar. Bij zo'n breuk ligt de oplossing. Is er betrouwbaarheid of niet? Was er zorg? En was dat gepast of niet? Door zorg en inspanning verdienen ouders 'verworven loyaliteit'. Loyaal zijn aan iemand houdt, tot op zekere hoogte, een keuze in voor die persoon en een willen voldoen aan zijn verwachtingen. Als christen wil men dit uiteraard niet buiten God's normen om doen. Hierbij moet men de dialoog niet vergeten omdat loyaliteiten met elkaar kunnen botsen. Men kan verwikkeld raken in een machtsstrijd, een loyaliteitsconflict.

Mensen moeten erkenning krijgen voor onrecht dat hen is aangedaan, maar ook voor wat ze gegeven hebben. Soms hebben kinderen in hun jeugd overbetaald en behoeften van ouders op emotioneel of zelfs op sexueel terrein vervuld. Dit blijft vaak ongezien. Contextueel hulpverlenen houdt o.a. in dat geprobeerd wordt gestagneerde relaties weer aan betrouwbaarheid te laten winnen. Soms zal dit niet lukken daar dan niet alle partijen mee willen werken of niet op de juiste manier. Dan zal alleen de hulpvrager met deze contextuele benadering zijn voordeel kunnen doen.

 

BALANS.

Relationele ethiek betekent dat je een evenwichtige balans in de relatie wilt. Bij conflicten is een helende dialoog nodig en geen machtsstrijd. Er moet gezocht worden naar goede hulpbronnen. Niet uitgewerkte thema's in de ouder/kind-relatie blijven spelen in de volgende generatie en worden vaak een struikelblok in allerlei relaties. Hoe kun je dus ervaringen uit het verleden, die je negatief beïnvloeden in het heden, ombuigen, waardoor je vrij wordt om je positief te richten op de toekomst? Het heden is de schakel tussen het verleden en de toekomst. Door het verleden een plek te geven in het heden, werken we aan onze eigen toekomst en aan de volgende generatie.

                                                 

                                          

Tiny Bos